Home > Interview met stuurgroeplid Thijs Jan: Kwaliteitszorg vanuit de dialoog

Interview met stuurgroeplid Thijs Jan: Kwaliteitszorg vanuit de dialoog

Hoe een kil meetinstrument kan uitgroeien tot een warme inspiratiebron die docenten en leerlingen van verschillende scholen verbindt en motiveert. Thijs-Jan van der Leij, rector van het Farel College en lid van de stuurgroep WON in een gesprek over de kwaliteitscyclus binnen de WON.

…over Meten is Weten

Voor het beoordelen van de kwaliteit van onderwijs worden vaak enorme checklists gebruikt, maar meet je daarmee werkelijk kwaliteit? Thijs-Jan vindt deze manier van beoordelen discutabel op het moment dat je scholen met hoogopgeleide medewerkers bevoogdend tegemoet gaat treden. De lijsten gaan voorbij aan de mogelijkheid om medewerkers en scholen zelf te laten zien wie ze zijn en wat ze kunnen. Op dat vlak kun je de lijsten goed vergelijken met meetapparatuur in het ziekenhuis. Hij zegt:

“Als iemand in het ziekenhuis ligt, kijk je dan vooral naar de metertjes of kom je meer te weten door de patiënt zelf te vragen hoe het met hem is?”

Dat laatste heeft een overduidelijke meerwaarde. Toch merk je dat heel veel kwaliteitsbeleid vooral is gericht op de metertjes. WON is ook begonnen vanuit de overtuiging dat je met bepaalde checklisten meende te kunnen bepalen hoe het is gesteld met de kwaliteit van het wetenschapsonderwijs op een school. Die analyse had wel waarde, maar tegelijkertijd kun je je afvragen of je klaar bent als je aan die lijsten voldoet. Het doet geen recht aan de eigen schoolcultuur en schoolmissie. Thijs-Jan zegt daarover: “Mij lijkt het veel belangrijker dat scholen werk willen maken van de ontwikkeling van de leerling. Hoe ze dat doen verschilt sterk tussen scholen. Iedere school heeft zijn eigen verhaal.”

Bij deze manier van denken past veel meer de dialoog in plaats van de kale meetwaarden. De gesprekken over gelukte en mislukte experimenten zijn belangrijke leermomenten. De uitwisseling van ervaringen wordt gestimuleerd als we elkaars pogingen waarderen en dat ook zo onder woorden brengen. Het beoogde doel is natuurlijk je onderwijs naar een hoger plan te tillen. Feedback van elkaar is daarbij de motor die onze kwaliteit en enthousiasme voortstuwt. Op deze manier gebruik je het netwerk om de kwaliteit van je eigen onderwijs te verhogen.

Thijs-Jan vertelt over de kwaliteitscyclus in het verleden: “Er waren, denk ik, scholen die de kwaliteitscyclus als hinderlijk ervoeren. Hoewel we natuurlijk een zinvol doel beoogden (kwaliteit stimuleren van de WON-scholen en het netwerk), was de grote ‘checklist’ niet erg uitnodigend of inspirerend. Je moet ook niet op de stoel willen zitten van de onderwijsinspectie.  Ik snap dat je een kwaliteitskeurmerk wilt zijn, maar dat bereik je meer vanuit meedenken. In de nieuwe opzet gaan we veel meer uit van ‘kom maar op’, ‘laat maar zien’. Toen ik deze gedachten aanhangig heb gemaakt, gaven scholen onmiddellijk aan dat ze blij waren met deze beweging.”

…over de toekomst

Het beschouwen van elkaars onderwijs vanuit een perspectief dat weg blijft van veroordeling en van ‘wij weten hoe het zit’ is absoluut niet uitontwikkeld. We zijn dit jaar pas daarmee gestart door in gesprek te gaan met scholen en regiocoördinatoren om dit perspectief te laten landen. Ik zou het mooi vinden als we in het kader van kwaliteit nog meer werk gaat maken van intervisie. Op die manier krijg je een dialoog die gaat over verwondering en onderzoek over hoe je onderwijs zou moeten zijn. De droom van Thijs-Jan is dat je op die manier uitgroeit tot een soort WON familie.

Hoe we daar komen? Thijs-Jan ziet zelf een omgekeerde pyramide voor zich. “Ik vind het belangrijk dat kinderen zelf de keuzes mogen maken die voor hen belangrijk zijn. Het lijkt me echt een WON-feest als leerlingen van scholen onderling elkaar weer kunnen gaan ontmoeten en uitwisselen wat zij van elkaar willen weten. Op die manier kunnen ze ook wennen aan academische scholing die veel meer gaat over uitwisselen dan over in een klas zitten. Leraren zouden ook meer de ruimte moeten voelen om bij elkaar in de keuken te kijken. En de schoolleider moet zich dan afvragen: als dit het denken is bij leerlingen en leraren, hoe kan ik dat als schoolleider ondersteunen? Daarmee creëer je de beoogde doelstelling dat we als school een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving: het afleveren van leerlingen die in de maatschappij het verschil gaan maken.”

We concluderen samen dat het einddoel van het nieuwe kwaliteitsbeleid niet zozeer is om checklisten te vermijden, maar dat je door het toevoegen van de dialoog iets kunt vertellen over iets waar je als school trots op kunt zijn. Door alle schoolverhalen te bundelen krijg je een mooi vloeiend overzicht van WON in dit land in plaats van een staccato van vinkenlijsten.

Na het gesprek met Thijs-Jan realiseer ik me maar weer eens dat het waarderend perspectief in elke vorm van communicatie, en dus ook in kwaliteitscyclus zoals we hem voor ogen hebben, een motiverende manier is om tegen de dingen aan te kijken en feedback te geven en krijgen. Volgens mij kun je daar al in je thuissituatie mee beginnen. Thijs Jan vertelt in dat kader dat hij en zijn vrouw ook hun eigen dochters altijd hebben beschouwd vanuit de kracht van het kind. “Je gaat uit van een impliciet vertrouwen.“ Mijn aanvulling was dat het uitspreken van dit vertrouwen en zo expliciet maken, wat mij betreft, helemaal past bij waarderend oordelen.

door: Peter Willems