Home > Succes op de universiteit begint bij je WON-docent

Succes op de universiteit begint bij je WON-docent

WON-onderwijs ontwikkelt bij leerlingen vaardigheden die helpen het eerste academische studiejaar te trotseren. Op 5 november 2019 promoveerde dr. Petrie van der Zanden aan de Radboud Universiteit op haar onderzoek naar succesfactoren bij eerstejaars studenten. Docenten op de middelbare school spelen hierin een belangrijke rol. Door aandacht te besteden aan (reflectie op) onderzoek en de autonomie van leerlingen te ondersteunen kunnen zij hun leerlingen voorbereiden op een academische studie.

Tekst: John Tholen

Leerlingen die hun vwo-eindexamen met ruime cijfers hebben afgerond zijn goed voorbereid op een wetenschappelijke vervolgopleiding, zou je kunnen denken. Toch is dit maar het halve verhaal. Docenten zullen al snel erkennen dat onderwijs meer is dan het overdragen van vakkennis en het aanleren van vakspecifieke vaardigheden. Als docent kun je ook een belangrijke rol spelen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, bied je ondersteuning in het leren voeren van de regie en stimuleer je het kritisch denkvermogen. Hoe belangrijk deze laatste facetten van het docentschap zijn, blijkt uit het recente promotieonderzoek van onderwijskundige Petrie van der Zanden naar succesfactoren van eerstejaars studenten.
De overgang van 6 vwo naar het eerste jaar van een academische studie is enorm: een veel grotere studielast en een serieus beroep op zelfstandigheid levert bijna bij alle eerstejaars studenten stress op. ‘Een klein crisismoment kan erg behulpzaam zijn in de ontwikkeling van leerling naar student’, zegt Petrie van der Zanden. Ze is echter blij dat veel vo-docenten leerlingen hebben voorbereid op het omgaan met autonomie, het accepteren van de gevolgen van gemaakte keuzes en kritisch denken. In haar onderzoek zag de onderwijskundige dat deze voorbereide studenten in hun eerste studiejaar minder snel ten onder gingen aan de ervaren stress, maar dat die een positieve leerervaring werd in plaats van een afschrikwekkende reden tot angst.

Kritisch denken
Tot nu toe was er nauwelijks aandacht voor de manier waarop nieuwe studenten voorbereid worden op de universiteit. Wetenschappelijk onderzoek naar succesfactoren van studenten bracht vooral factoren naar boven die betrekking hebben op de student zelf, de universitaire leeromgeving of de sociale omgeving van de student. Met haar onderzoek legt Petrie van der Zanden, docent en onderzoeker aan de Radboud Docenten Academie (de academische lerarenopleiding in Nijmegen), de focus verder in het verleden: de middelbareschooltijd.Van der Zanden volgde de transitie van vwo-leerling naar student bij meer dan tweehonderd jongeren. ‘Als docenten op school aandacht besteden aan onderzoek, reflecteren op onderzoek of zelfs leerlingen onderzoek laten doen, draagt dat substantieel bij aan hun vermogen tot kritisch denken op de universiteit.’ Haar onderzoek toont aan dat kritisch denken een struikelblok vormt voor veel beginnende studenten. Het niveau van het kritisch denkvermogen bij deze groep is zeer wisselend. Ze juicht daarom WON-onderwijs, waarin autonomie én kritisch denken worden gestimuleerd, van harte toe. ‘Het is voor studenten behulpzaam als ze kritische vragen kunnen stellen bij iets wat gedaan is, zowel bij eigen onderzoek als bij een onderzoeksverslag van anderen. Het helpt als ze met een nieuwsgierige blik naar kennis kunnen kijken. Studenten zijn geholpen met een mindset die ervan uitgaat dat resultaten en kennis niet vaststaan of dat iets per definitie waar is. Dat moeten ze bovendien kunnen omzetten naar iets waarop je een antwoord kunt zoeken.’

Autonomie-ondersteuning
Autonomie is een ander belangrijk aandachtspunt voor de middelbare school. ‘Autonomie-ondersteuning in het vo draagt bij aan de transitie naar het wo, waardoor beginnende studenten makkelijker hun draai kunnen vinden en minder stress ervaren.’ Autonomie-ondersteuning omvat het bieden van informatie, keuzes en inspraak, waarbij ruimte is voor initiatief van de leerling en om verantwoordelijkheid te nemen voor het eigen leerproces. Met ondersteuning van de docent kan een leerling in deze context oefenen in het omgaan met tegenvallende ervaringen. ‘Docenten kunnen leerlingen keuzes bieden, maar ook met ze in gesprek gaan over de relevantie van de stof en de manier waarop je dat aanbiedt: betekenisvolle uitleg geven. Dit type onderwijs draagt eraan bij dat leerlingen met een grotere intrinsieke motivatie en ontwikkelde vaardigheden zoals doorzettingsvermogen de universiteit binnen komen.’
Van der Zanden kan zich haar eigen overgang van middelbaar naar universitair onderwijs nog goed herinneren: ‘Ik voelde me voldoende voorbereid, maar het vroeg dan nog steeds een enorme aanpassing.’ De breuk zit vooral op het gebied van autonomie: zelfstudie is belangrijk en je wordt zelf geacht vragen te stellen als je iets niet begrijpt. Dit, gecombineerd met een verhoogde studielast, levert bij bijna alle eerstejaars studenten stress op. Van der Zanden concludeert dat studenten die het idee hebben dat op de middelbare school hun autonomie is ondersteund minder last hebben van die stress. Als leerlingen tijdens hun schoolcarrière al ervaring hebben met keuzes maken en het omgaan met de gevolgen ervan hebben ze een substantieel voordeel.

Tot slot heeft de onderwijskundige ook een advies aan leerlingen uit 6 vwo: oriënteer je goed en op tijd, niet alleen op welke opleiding je wilt gaan volgen, maar ook welke doelen je daarbij stelt en wie of wat je daarbij kan helpen. ‘Universiteiten leiden kritische burgers op: dat omvat echt niet alleen hoge tentamencijfers. Wil je daarvoor gaan? Of zijn er andere punten waarop je jezelf graag zou ontwikkelen?’ Voor leerlingen die geoefend zijn in het omgaan met autonomie wordt het een stuk makkelijker om die ook daadwerkelijk te omarmen en daarmee een eigen draai te vinden in het studentenleven.

Lees ook: https://bit.ly/38q5Bar